150 g witte en wilde rijst 500 g gemengde paddenstoelen 300 g kruimige aardappels 2 tenen knoflook 4 el olijfolie 15 g gedroogde paddenstoelen 2 takjes rozemarijn 100 ml droge witte wijn 1 l groentebouillon, van tablet 50 g Parmezaanse kaas 100 ml slagroom stevig zuurdesembrood, voor erbij
Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking gaar. Veeg de paddenstoelen eventueel schoon en snijd of scheur in stukjes. Snijd de knoflook fijn. Schil de aardappels en snijd ze in blokjes. Verhit in een (soep)pan 2 el olijfolie. Fruit de knoflook 1 min. Schep 350 g paddenstoelen erdoor en bak 3 min. Schep de aardappelen, de gedroogde paddenstoelen en de naaldjes van de takjes rozemarijn erdoor. Schenk de wijn erbij. Voeg de bouillon toe en breng aan de kook. Kook de soep 15 min. zachtjes. Verhit intussen in een koekenpan de laatste 2 el olijfolie. Bak de rest van de paddenstoelen in 3-4 min. gaar. Rasp de kaas. Pureer de soep van het vuur af met de staafmixer grof of naar wens helemaal glad. Voeg de slagroom en helft van de geraspte kaas toe en breng op smaak met peper. Verdeel de rijst over 4 kommen of diepe borden. Schep de soep erbij. Verdeel de gebakken paddenstoelen erover en serveer met de rest van de kaas en het brood.